Benzeen - Wat moet? Wat mag? Wat helpt?
Benzeen is een kankerverwekkende en mutagene stof die in vluchtige oplosmiddelen kan voorkomen.
Wat moet?
Het gebruik van benzeen is niet toegestaan (Arbobesluit). Dat geldt ook voor een product waarvan het gehalte aan benzeen meer dan 1 volumeprocent bedraagt als oplos-, reinigings- of verdunningsmiddel, tenzij de stof wordt gebruikt in een gesloten systeem of op een wijze die evenveel bescherming tegen blootstelling biedt. Deze regels gelden ook voor de stoffen tetrachloorkoolstof, pentachloorethaan en 1,1,2,2,-tetrachloorethaan of voor producten waarvan het gehalte aan een van deze stoffen meer dan 1 volumeprocent bedraagt. Jongeren onder de 18 jaar mogen niet met benzeen werken en voor zwangere werknemers gelden beperkingen.
Er mag in een bedrijf alleen met benzeen worden gewerkt als is aangetoond dat vervanging technisch niet mogelijk is. De werkgever moet een aparte registratie bijhouden over het gebruik van benzeen. Ook is hij verplicht de werknemers tegen benzeen te beschermen volgens de arbeidshygiënische strategie.
De werkgever moet bij het gebruik van benzeen zorg dragen voor:
- Gemarkeerde ruimten waar gewerkt wordt met de stof. Als er kans is dat werknemers met benzeen in aanraking komen, moet de werkgever voor elke medewerker de hoeveelheid meten waaraan een werknemer gemiddeld wordt blootgesteld op de werkplek. Er moet geregistreerd worden welke werknemers met kankerverwekkende stoffen werken.
- Voorlichting aan werknemers over de risico’s en hoe ze veilig kunnen werken. Ook moet de werkgever een medewerker vooraf gezondheidskundig laten onderzoeken. Daarna hebben medewerkers recht op een periodiek gezondheidskundig onderzoek.
- Het gebruik van doeltreffende middelen om benzeen en afval met de stof risicovrij te vervoeren en te verwerken.
- Het opstellen van een calamiteitenplan. Iedereen in het bedrijf moet weten hoe bij een calamiteit te handelen.
- Een aanvullende RI&E voor benzeen.
Wat mag?
De werkgever mag kankerverwekkende stoffen gebruiken wanneer aantoonbaar is dat vervanging technisch niet mogelijk is.
Wat helpt?
Richtlijn 67/548/EEG. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid houdt een lijst bij van mutagene stoffen, volgens de criteria van deze richtlijn.
De werkgever kan de risico’s van het werken met benzeen beperken door:
- Zo min mogelijk kankerverwekkende stof te gebruiken.
- Op een wijze werken waarbij de blootstelling minimaal is: bijvoorbeeld liever tabletten dan bijvoorbeeld poeders gebruiken; liever met een kwast verwerken dan sprayen.
- Zo weinig mogelijk medewerkers met kankerverwekkende stof laten werken.
- Werknemers zorgvuldig en schoon laten werken.
- Te zorgen voor speciale werkkleding en kledingberging en te voorkomen dat werknemers de kleding meenemen naar huis.
- Te zorgen voor voldoende wasgelegenheid: was en doucheruimte met warm water, zeep en schone handdoeken, verwarming en ventilatie.
- Bedrijfsregels en procedures op te stellen: bijvoorbeeld niet eten, drinken en roken op de werkplek. Zie toe op naleving.
- In verschillende bedrijfstakken zijn afspraken gemaakt over de vervanging van kankerverwekkende stoffen. Voor meer informatie kunt u terecht bij uw brancheorganisatie.
- Sluit je aan bij de ‘Roadmap On Carcinogens‘ om werken met kankerverwekkende stoffen onder de aandacht te brengen en goede praktijken te delen.
