Ga naar de hoofdinhoud

Gelaatsbescherming

U bent hier:

Gelaatsbescherming → Wat moet? → Wat mag? → Wat helpt?

 

Het dragen van een veiligheidsbril is in sommige werksituaties niet voldoende. Rondvliegende houtsnippers, elektrische vonken en spetters chemicaliën en gesmolten metaal zijn niet alleen schadelijk voor de ogen maar kunnen ook verwondingen veroorzaken aan de rest van het gezicht. Gelaatsbescherming kan ook bescherming bieden tegen spatten of druppels met virussen/bacteriën kunnen ook ziekten worden overbrengen. In dergelijke gevallen adviseert u bedrijven en hun werknemers gelaatsbescherming.

 

Wat moet?

 

Welk type gelaatsbescherming nodig is, hangt af van de werkzaamheden. Meest bekend zijn de lashelmen en lasschilden. Ze worden gemaakt van verschillende materialen en beschermen de huid tegen de hitte, elektrische vonken en opspattende vloei(stoffen). Het ruitje waardoor de lassers hun werkstuk bekijken is altijd van polycarbonaat. Het beschermt hun ogen tegen het felle laslicht dat vaak schadelijke ultraviolette straling bevat, en moet tevens bestand zijn tegen vonken en spetters. De ruitjes zijn verwisselbaar omdat de verschillende lasmethodes verschillende bescherming verlangen uitgedrukt in een ‘scale’ nummer. Voor autogeen lassen bijvoorbeeld is een ruitje met scale nummer 4-8 vereist.

De gelaatsbescherming van bosbouwers ziet er heel anders uit. Een gazen kap voor hun gezicht beschermt ze tegen de houtsnippers die rond spatten als ze bezig zijn met een kettingzaag. Voor elektriciens zijn er speciale, doorzichtige elektriciteitsschermen die het gezicht beschermen tegen vonken en lichtbogen.

Geheel doorzichtige polycarbonaat maskers beschermen tegen allerhande rondvliegende deeltjes of druppels/spatten met bacteriën/virussen, terwijl acetaat gelaatsbescherming ingezet wordt bij gevaar voor opspattende chemicaliën.

Gelaatsbescherming zit vaak vast aan andere beschermingsmiddelen. De gazen kap van bosbouwers is soms bevestigd aan een veiligheidshelm waar ook nog eens oorkappen aan vastzitten. Of werknemers dragen een polycarbonaat masker over een veiligheidsbril. Er zijn geavanceerde lashelmen in de handel die voorzien zijn van aansluitingen voor zuurstoftoevoer.

 

Wat mag?

 

Bij het lassen heeft een lashelm de voorkeur boven een lasschild. Een lashelm zit met banden of op andere wijze vast aan het hoofd waardoor de drager altijd beide handen vrij heeft. Een schild wordt aan een handgreep vastgehouden zodat de lasser maar één hand kan gebruiken. Toch is dat soms makkelijker omdat hij het schild alleen maar even hoeft te laten zakken om de lasnaad goed te bekijken.

 

Wat helpt?

 

Het is heel erg belangrijk dat de gelaatsbescherming comfortabel is, en niet knelt, schuurt of in de weg zit. Werknemers zijn geneigd slecht zittende beschermingsmiddelen minder of niet te gebruiken.

 

Inhoudsopgave