Ga naar de hoofdinhoud

Lactatieruimten

U bent hier:

Lactatieruimten→ Wat moet? → Wat mag? → Wat helpt? 

 

Een werknemer die na het zwangerschapsverlof weer aan het werk gaat, kan nog borstvoeding aan haar kind geven. Tijdens het werk moet uw werkgever de werknemer in staat stellen borstvoeding te geven of moedermelk af te kolven. In uw bedrijf moet dan een zogeheten lactatieruimte/kolfruimte aanwezig zijn.

 

Wat moet?

Volgens het Arbobesluit en de Arbeidstijdenwet is uw werkgever verplicht de werknemer de mogelijkheid te bieden om het werk te onderbreken voor het geven van borstvoeding of om moedermelk af te kolven. Het bedrijf moet hiervoor een geschikte, afgesloten ruimte beschikbaar stellen.

De lactatieruimte moet aan een aantal voorwaarden voldoen:
• de ruimte moet van binnen uit afgesloten kunnen worden
• de ruimte moet voldoende privacy bieden
• de ruimte moet gevuld zijn met voldoende verse lucht
• de ruimte moet vrij zijn van risico’s zoals de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen en verontreinigingen
• de ruimte moet geschikt zijn om uit te kunnen rusten
• in de ruimte moet een (opvouwbaar) bed of een rustbank staan

 

Wat mag?

Vaak wordt een lactatieruimte gecombineerd met andere ruimten, zoals een EHBO-ruimte of vergaderkamer. Is er geen lactatieruimte in uw bedrijf aanwezig, dan mag de werknemer zelf een plek regelen. Met uw werkgevers toestemming kan ze zelfs naar de baby toe gaan. De werkgever kan met de werknemer ook andere afspraken maken, bijvoorbeeld aangepaste werktijden of thuiswerken.

Tot negen maanden na de bevalling mag de werknemer zo vaak en zo lang als nodig is borstvoeding geven of kolven, tot maximaal een kwart van de werktijd. Deze tijd wordt beschouwd als werktijd, uw werkgever moet dan ook het loon doorbetalen.

 

Wat helpt?

Zorg voor een koelkast waar de gekolfde melk tijdelijk bewaard kan worden.

 

 

Inhoudsopgave