Certificering... |
||
|
|
||
|
zoeken
navigatie
|
Beheerder
Certificatie In de aanloop naar de wetswijziging mbt. de preventiemedewerker is er veel gediscussieerd over certificering an de Preventiemedewerker. Het advies van de SER (met name onder druk van de werkgeversorganisaties) was helder: niet nóg een arbo-deskundige met een verplicht certificaat (nà de arbeidshygienist, veiligheidskundige, A&O-er en de bedrijfsarts). Op basis hiervan heeft de overheid aangegeven geen plannen te hebben om de preventiemedewerker een certificatieplicht op te leggen. Opleidingsinstellingen en certificeringsinstellingen komen wel met allerlei initiatieven om deze persoonscertificatie wél van de grond te trekken, maar dat is in principe vrijwillig. Daarnaast staat het bedrijven en branches geheel vrij om op eigen initiatief certificatieschema’s voor preventiemedewerkers op te stellen. Wat is en waarom een competentieprofiel en wat zijn de belangen? De eindtermen en toetsmatrix vormen het competentieprofiel van de Preventiemedewerker van DNV. Deze norm is tot stand gekomen door afweging van de DNV Waarborgcommissie. In de commissie zijn de belangen van werkgevers, werknemers, sociale partners en overige belanghebbenden waaronder Arbo-diensten, branche verenigingen, Adviseurs Arbo-coordinatoren enz. verenigt. De belangen voor opleidingsinstituten zijn helder: onderscheid in het cursusaanbod in de markt. Mogelijke belangen voor een competentieprofiel voor de andere partijen zijn ondermeer: - De werkgever behulpzaam te zijn bij het aanwijzen van de preventiemedewerker - De preventiemedewerker behulpzaam te zijn bij de inschatting van zijn actuele en zijn benodigde competenties om zijn werkgever te kunnen bijstaan bij het uitvoeren van de preventietaken. - Werkgever en werknemer als leidraad te dienen bij het afwegen en beoordelen van trainingen, opleidingen, taken en bevoegdheden. Welke certficeringsinstuten zijn bezig met een certificeringstraject? Voor zover bekend zijn dat Nedcert , KIWA , en [url=http://www.dnv.nl]DNV certification. DNV heeft inmiddels is een basisvaardigheden profiel opgesteld (zie hieronder) en wordt er gwerkt aan een toets (examen). In het najaar van 2005 worden de eerste examens afgenomen. Eindtermen DNV onderscheidt 5 eindtermen (competenties) voor preventiemedewerkers, ongeacht niveau, type, achtergrond, positie, aantal in de onderneming, enz.. - De eerste eindterm benoemt expliciet het doel en de rol van de preventiemedewerker als organisator van de preventie binnen een organisatie. - De eindtermen 2, 3 en 4 zijn gebaseerd op de drie wettelijke taken van de preventiemedewerker, zoals genoemd in artikel 13, paragraaf 7, lid a, b en c van de Arbo-wet 2005 - De vijfde eindterm betreft de toegang tot relevante kennisbronnen, als algemene basis voor de rol en taken van de preventiemedewerker. Vakbekwaamheidseisen Preventiemedewerker 1. Het organiseren van de preventie binnen de organisatie: a. Kennis hebben van regievoeren, evalueren en bijsturen, maar ook van de grenzen van de eigen rol Functie, taken en bevoegdheden preventiemedewerker Wettelijke taken van de preventiemedewerker Organiseren, hoe doe je dat? Projectmatig werken Grenzen aan bevoegdheden Positie van preventiemedewerker binnen organisatie b. Kennis hebben van het belang en de plaats van preventie in het kader van veranderende sociale zekerheid Terugtrekkende overheid Risico-aansprakelijkheid Verantwoordelijkheid en belang Werkgever Belang werknemer c. Draagvlak kunnen creëren voor preventie via motivatie en met oog voor kosten én baten Goed werkgeverschap Goed werknemerschap Realisme Urgentie Betrokkenheid van de preventiemedewerker Zelfwerkzaamheid van de preventiemedewerker d. Kennis hebben van verschillende modellen en ontwerpen van preventiezorg met betrekking tot arbeidsomstandigheden Belasting/belastbaarheid Verzuimpreventie, verzuimbegeleiding, reïntegratie (Arbo)convenant(en) Bedrijfshulpverlening Aangrijpingspunten voor preventie: organisatie, techniek, gedrag Cyclisch/procesmatig werken Rol van de Arbeidsinspectie De kenmerken van de eigen organisatie in voldoende mate kennen om aangrijpingspunten in techniek, organisatie en gedrag te kunnen benoemen (geen toetsterm, dit item niet toetsen) 2. Het leveren van bijstand m.b.t. de RI&E a. Zorgdragen dat er een deugdelijke RI&E aanwezig is en zo nodig en mogelijk deelnemen aan de uitvoering van de RI&E RI&E-onderdelen kennen: wat zijn risico’s, wat is inventariseren, wat is evalueren Kennisgenomen hebben van methodieken: checklists,interviews, observaties, metingen b. De plaats kennen van de RI&E als onderdeel van de beleidscyclus RI&E als instrument binnen een beleidskader c. In staat zijn om een RI&E te beoordelen op wettelijke eisen zoals genoemd in artikel 5 van de Arbo-wet zoals de actualiteitseis Wettelijke eisen aan RI&E: volledigheid, betrouwbaarheid, actualiteit Verdiepende RI&E’s Branche RI&E’s RI&E toetsen Rol en werkwijze Arbeidsinspectie m.b.t. RI&E d. Beoordelen of de RI&E past bij de organisatie (juiste checklist, taalgebruik etc.) Match tussen RI&E en eigen organisatie Juiste thema’s, juiste methodieken 3. Adviseren van en samenwerken met belanghebbenden en betrokkenen: a. Kennen van de principes van rechten en plichten van OR/PVT, werknemers, werkgevers en preventiemedewerkers (in relatie tot de arbeidsomstandigheden) Kennis hebben van bijzondere rechten en plichten voor OR, PVT en werkgever Rol van werknemers(vertegenwoordiging) bij maatwerkregeling en vangnetregeling Belang van CAO-afspraken kennen b. Kennis hebben van de principes van zorgvuldigheid integriteit en effectiviteit van communiceren, adviseren en samenwerken Begrijpt het belang en de noodzaak van integriteit t.a.v. persoonsgegevens en bedrijfsinformatie Snappen dat elke doelgroep specifiek aangesproken moet worden Bevorderende en remmende factoren kunnen benoemen voor samenwerking Strategische gevoel voor verhoudingen tonen c. Samen kunnen werken met interne en externe deskundigen en specialisten Mee kunnen denken over inschakelen interne/externe deskundigen Eigen grenzen kennen en daarmee kunnen omgaan 4. Meewerken aan uitvoering van maatregelen: a. In staat zijn om een voorstel Plan van Aanpak op te stellen en bij te houden Welke eisen worden gesteld aan een Plan van Aanpak? Wat is het verschil tussen maatregelen en actiepunten? Oog hebben voor kosten en baten b. Kennis van projectmatig en resultaatgericht werken inclusief prioriteitsstellingen Wat zijn de essenties van projectmatig werken? Wat is een resultaatverplichting? Weten wat prioriteitsstelling betekent In staat om de juiste aanpak te kiezen voor verschillende maatregelen c. De voortgang van de uitvoering van het Plan van Aanpak kunnen monitoren en hierover kunnen rapporteren Op de hoogte blijven en overzicht houden van het Plan van Aanpak (PvA)? Aan wie en hoe rapporteer je of de stand van zaken (stavaza) van PvA? d. Kennis hebben van voorlichten, instrueren en toezicht houden Benoem leerprincipes van informeren, adviseren en instrueren Hoe rond je een instructie af? Weten in welke situaties toezicht noodzakelijk is e. Kennis hebben van beschermingsniveaus Bijvoorbeeld de arbeidshygiënische strategie 5. Vraagbaakfunctie t.a.v. preventie voor werkgever en werknemer a. De preventiemedewerker kent de weg naar de belangrijkste informatiebronnen voor de uitvoering: internetsites, boeken, tijdschriften, instituten, branches, arbo-convenanten, deskundige personen en organisaties, opleidingen en subsidieregelingen. Laten zien, dat er meerdere zoekstrategieën zijn b. Actief ontwikkelingen blijven volgen (niet toetsen; geen eindterm). |
|
© copyright 2005 InterVersa | 0.4641/19 |
||